NIS2 audit en aantoonbaarheid: bewijzen dat uw beveiliging werkt

Laatst bijgewerkt: september 2026 · Leestijd: 7 min

De Cyberbeveiligingswet geldt sinds 15 augustus 2026. Organisaties die onder de zorgplicht vallen, moeten kunnen onderbouwen dat hun beveiligingsmaatregelen passend zijn en aantonen hoe deze in de praktijk werken. Essentiële entiteiten kunnen proactief en reactief worden gecontroleerd; bij belangrijke entiteiten is het toezicht gericht op signalen van mogelijke niet-naleving. In beide categorieën kan de bevoegde autoriteit een audit opleggen. Risicoanalyses, bestuursbesluiten, testresultaten en andere bewijsstukken moeten samen laten zien hoe uw organisatie haar verplichtingen invult.

Wat is aantoonbaarheid onder NIS2?

De NIS2-zorgplicht vraagt om passende beveiligingsmaatregelen én om inzicht in hun werking. In Nederland volgt die verplichting uit de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de bijbehorende regelgeving. Uw organisatie moet kunnen onderbouwen welke risico’s zij beheerst, welke wettelijke eisen gelden en hoe het bestuur de maatregelen goedkeurt en op de uitvoering toeziet.1

Het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbb) maakt dit concreet: beleid en processen moeten aantoonbaar worden toegepast, herstel- en continuïteitsplannen periodiek getest en de doeltreffendheid van maatregelen periodiek geëvalueerd. De evaluatie wordt schriftelijk vastgelegd en leidt waar nodig tot aanpassing.2 Voor de specifieke typen digitale aanbieders die onder Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690 vallen, gelden de Europese uitwerkingen in plaats van de artikelen 6 tot en met 18 van het Cbb.3

Kern: koppel iedere relevante maatregel aan de risico’s en wettelijke eisen waarop zij antwoord geeft. Leg vast wie verantwoordelijk is, hoe u de werking beoordeelt en wat er met tekortkomingen gebeurt. Zo ontstaat bewijs tijdens de uitvoering.

De bewijsketen onder NIS2: van risico en wettelijke eisen via maatregelen naar bewijs van werking De bewijsketen onder NIS2 Van risico en wettelijke eisen naar bewijs van werking 1 Risico en eisen Welke risico’s en eisen gelden voor uw organisatie? 2 Maatregel Passend bij risico en eisen, met eigenaar 3 Bewijs Tests, logging, bestuursbesluiten Ontbrekend bewijs maakt de werking van uw maatregelen moeilijker te beoordelen. De bewijsketen onder NIS2: van risico en wettelijke eisen via maatregelen naar bewijs van werking De bewijsketen onder NIS2 Van risico en wettelijke eisen naar bewijs van werking 1 Risico en eisen Welke risico’s en eisen gelden voor uw organisatie? 2 Maatregel Passend bij risico en eisen, met eigenaar 3 Bewijs Tests, logging, bestuursbesluiten Ontbrekend bewijs maakt de werking van uw maatregelen moeilijker te beoordelen.
Figuur: de bewijsketen van risico en wettelijke eisen naar aantoonbare werking.

Twee toezichtregimes, dezelfde zorgplicht

De Cyberbeveiligingswet onderscheidt twee toezichtregimes. Het verschil zit vooral in de aanleiding voor toezicht; de zorgplicht is voor beide categorieën gebaseerd op passende en evenredige maatregelen. Dat betekent niet dat iedere organisatie dezelfde maatregelen moet nemen: risico’s, omvang, maatschappelijke impact en toepasselijke sectorregels bepalen de concrete invulling.

Essentiële entiteiten: proactief én reactief toezicht. De toezichthouder kan controleren zonder dat er eerst een incident of aanwijzing voor een overtreding is. Denk aan informatieverzoeken en inspecties. De bevoegde autoriteit kan op grond van artikel 72 Cbw ook een audit door een onafhankelijke en gekwalificeerde deskundige opleggen.1

Belangrijke entiteiten: reactief toezicht. Bij bewijs, een aanwijzing of informatie over een mogelijke overtreding kan de bevoegde autoriteit optreden. Een incident is daarvoor geen voorwaarde. Ook een belangrijke entiteit kan een audit opgelegd krijgen, op grond van de artikelen 81 en 83 Cbw. De verplichtingen gelden dus al voordat er aanleiding is voor toezicht.1

Wat telt als bewijs

Een beleidsdocument beschrijft wat u wilt bereiken. Voor aantoonbaarheid zijn ook de uitvoering, resultaten en bijsturing relevant. Bouw uw onderbouwing op uit bewijsstukken die naar elkaar verwijzen:

  • Risicoanalyses en maatregelselectie. Leg vast welke processen en systemen zijn beoordeeld, welke risico’s en wettelijke eisen gelden, welke maatregelen volgen en wie besluiten neemt. Onderbouw restrisico’s en plan herbeoordeling. Risicoacceptatie vervangt geen wettelijke minimumeis.
  • Bestuurlijke besluitvorming. Bewaar de goedkeuring van maatregelen en de rapportages en besluiten waaruit blijkt dat het bestuur toezicht houdt en bijstuurt. Dat sluit aan op artikel 24 Cbw. Alleen een handtekening onder beleid laat nog niet zien hoe dat toezicht in de praktijk werkt.1
  • Testresultaten en oefeningen. Denk aan pentests met opvolging, crisisoefeningen en hersteltests tegen de afgesproken hersteltijd en het aanvaardbare gegevensverlies. Een geslaagde back-uptaak bewijst op zichzelf nog niet dat u de dienstverlening binnen die grenzen kunt herstellen.
  • Effectiviteitsbeoordeling. Artikel 21, tweede lid, onder f, van NIS2 vraagt om beleid en procedures waarmee u de doeltreffendheid van maatregelen beoordeelt.4 Leg vast wat u meet of test, wat het resultaat betekent en welke verbeteringen volgen. Artikel 18 Cbb werkt dit uit voor de entiteiten waarop dat artikel van toepassing is.2
  • Logging en incidentdossiers. Maak detectie, beoordeling, escalatie en herstel herleidbaar. Leg bij mogelijke significante incidenten vast wanneer u ervan kennis kreeg, hoe u de meldplicht beoordeelde en wanneer eventuele meldingen zijn gedaan.
  • Leveranciersbeoordelingen. Bewaar beveiligingseisen, beoordelingen, relevante testrapporten en de opvolging van tekortkomingen. Laat zien hoe u de afhankelijkheid van leveranciers beheerst en welke onzekerheden over hun dienstverlening nog bestaan.

Vermeld bij bewijs de datum, de onderzochte systemen of processen, de verantwoordelijke en eventuele beperkingen. Een oude test kan relevant zijn, maar onderbouw ook of latere wijzigingen de uitkomst nog bruikbaar maken.

De archeologische opgraving

Als bewijs verspreid zit over mailboxen, projectmappen en de hoofden van medewerkers, wordt iedere audit een archeologische opgraving. Medewerkers moeten reconstrueren wat is besloten, door wie en op basis waarvan. Dat kost tijd en maakt het lastig om vast te stellen welke onderbouwing op het moment van een besluit of incident beschikbaar was.

Richt daarom de werkprocessen zo in dat besluiten direct worden vastgelegd, tests een bruikbaar verslag opleveren en bevindingen bij een eigenaar terechtkomen. Verbind die informatie aan de betrokken risico’s, systemen en maatregelen. Dat vraagt inrichting en onderhoud, maar voorkomt dat u voor iedere toets opnieuw een dossier moet samenstellen.

Waarom die samenhang een ontwerpvraagstuk is, leest u in Security architectuur: van losse maatregelen naar samenhangende beveiliging.

Voorbereiden op de eerste toets

De Cyberbeveiligingswet en het Cyberbeveiligingsbesluit zijn op 15 augustus 2026 in werking getreden.2 Voor organisaties waarop de zorgplicht van toepassing is, hoort bewijsvoering nu bij de reguliere uitvoering. Wachten op de eerste brief van de toezichthouder maakt het moeilijker om werking over een langere periode te onderbouwen.

De RDI heeft haar toezichtaanpak al gepubliceerd. Die omvat informatieverzoeken, vragenlijsten, gesprekken en risicogerichte inspecties, naast thematische onderzoeken en inspecties naar aanleiding van incidenten. Welke aanpak uw organisatie tegenkomt, hangt af van uw toezichthouder, toezichtregime en situatie.5 Drie praktische stappen:

  1. Bepaal uw regime en toepasselijke eisen. Leg vast waarom uw organisatie essentieel of belangrijk is, welke toezichthouder bevoegd is en welke Nederlandse of Europese sectorregels gelden. Gebruik daarvoor ook de toelichting op de toepasselijkheid van de Cbw.
  2. Toets uw bewijsketen. Kies een kritiek proces en volg de lijn van risico en wettelijke eis naar maatregel, eigenaar, testresultaat en bijsturing. Beoordeel of u die samenhang snel kunt laten zien. Een interne streeftermijn van bijvoorbeeld één werkdag kan daarbij helpen; dat is geen wettelijke aanlevertermijn.
  3. Herstel ontbrekend bewijs bij de bron. Organiseer de ontbrekende test, leg de actuele afweging vast en verbeter het proces dat het bewijs moet opleveren. Maak onderscheid tussen wat destijds aantoonbaar was en wat u pas achteraf hebt vastgesteld. Volg verbeteringen tot en met de hertoets.

Uw bewijsketen langs deze lat leggen? Bekijk hoe het NIS2- en BIO2-traject daarop toetst →

Veelgestelde vragen over NIS2-audits en aantoonbaarheid

Moet ik verplicht een externe audit laten uitvoeren?

De Cbw schrijft niet voor iedere organisatie een periodieke externe audit voor. De bevoegde autoriteit kan wel een audit opleggen aan essentiële én belangrijke entiteiten, bij belangrijke entiteiten onder de voorwaarden van artikel 81.1 Daarnaast kunnen specifieke regels een onafhankelijke beoordeling verplicht stellen. Zo vereist de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690 onafhankelijke evaluaties voor de daarin aangewezen entiteiten. Onder voorwaarden kunnen eigen medewerkers die uitvoeren; onafhankelijk betekent daar niet automatisch extern.3

Is een ISO 27001-certificaat voldoende bewijs?

Het certificaat en de bijbehorende auditresultaten zijn relevante onderbouwing binnen de gecertificeerde scope. Ze bewijzen niet automatisch dat uw organisatie aan alle Cbw-verplichtingen voldoet. Beoordeel of alle relevante diensten en systemen zijn meegenomen en onderbouw daarnaast onder meer de wettelijke meldplicht, registratie en bestuurlijke verplichtingen. Zie ook NIS2 en ISO 27001.

Wat vraagt een toezichthouder als eerste?

Er is geen vaste eerste documentenlijst voor alle toezichthouders en sectoren. De RDI noemt onder meer informatieverzoeken, vragenlijsten, gesprekken en inspecties.5 Zorg dat u uw risicoanalyse, toepasselijke eisen, maatregelselectie, bestuursbesluiten en recente test- en evaluatieresultaten kunt verbinden. De concrete uitvraag bepaalt welke stukken en periode u moet aanleveren.

Hoe lang moeten we bewijs bewaren?

Er is geen algemene Cbw-bewaartermijn die voor alle bewijsstukken gelijk is. Bepaal en onderbouw de termijn per soort informatie, rekening houdend met wettelijke en sectorale eisen, het gebruiksdoel en eventuele lopende onderzoeken. Voor logbestanden verlangt artikel 8, zesde lid, Cbb een vooraf bepaalde bewaarperiode en bescherming tegen ongeautoriseerde wijzigingen; het noemt geen vast aantal maanden of jaren.2

Bevat het bewijs persoonsgegevens, dan geldt ook de AVG: bewaar niet méér gegevens of langer dan noodzakelijk voor het doel. Leg de termijn en verwijderprocedure vast en beperk de toegang. Bestuursbesluiten, hersteltestrapporten en technische logs hoeven daardoor niet dezelfde bewaartermijn te hebben.6

Wanneer moeten we hiermee beginnen?

Als uw organisatie onder de geldende zorgplicht valt, hoort dit nu onderdeel van uw bedrijfsvoering te zijn. Begin met kritieke processen en ontbrekende onderbouwing. Plan terugkerende tests en evaluaties en laat het bestuur de uitkomsten en verbeteringen volgen. Een test van vandaag kan de huidige werking aantonen, maar levert geen bewijs dat de maatregel vorig jaar ook werkte.

Aantoonbaarheid als bijproduct

Een bruikbaar dossier laat zien welke risico’s en eisen tot welke maatregelen hebben geleid, hoe die maatregelen zijn getest en wat er met bevindingen is gedaan. Als die informatie ontstaat tijdens besluitvorming, beheer en oefeningen, kost een audit minder reconstructiewerk. Bovendien beschikt het bestuur dan doorlopend over de informatie die nodig is om op beveiliging te sturen.

Wilt u weten waar uw bewijsketen staat voordat de toezichthouder het vraagt? Plan een oriënterend gesprek.

Liever eerst zien wat een traject omvat? Bekijk de dienst NIS2 en BIO2 →

Bronnen

  1. Cyberbeveiligingswet, Staatsblad 2026, 187, met onder meer artikel 21 (zorgplicht), artikel 24 (bestuurlijke verplichtingen), artikel 72 (audit bij essentiële entiteiten) en artikelen 81 en 83 (voorwaarden en auditbevoegdheid bij belangrijke entiteiten). Via officielebekendmakingen.nl. ↩
  2. Cyberbeveiligingsbesluit, Staatsblad 2026, 189, artikelen 4 (verhouding tot Uitvoeringsverordening 2024/2690), 6 (beleid en managementsystematiek), 8 (incidentenbehandeling en logging), 9 (continuïteit en herstel), 18 (evaluatie) en 35 (inwerkingtreding op 15 augustus 2026). Via officielebekendmakingen.nl. ↩
  3. Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2690, artikel 1 (reikwijdte) en de bijlage, met onder meer onderdeel 2.3 over onafhankelijke evaluaties. Geldt voor de specifiek aangewezen typen digitale aanbieders, waaronder cloud-, datacentrum- en beheerde dienstverleners. Via EUR-Lex. ↩
  4. Richtlijn (EU) 2022/2555 (NIS2), artikelen 20 (governance), 21, tweede lid, onder f (beoordeling van doeltreffendheid) en 32–33 (toezicht op essentiële en belangrijke entiteiten). Via EUR-Lex. ↩
  5. Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, Toezicht RDI, toelichting op informatieverzoeken, gesprekken, risicogerichte en thematische inspecties en onderzoek naar aanleiding van incidenten. Deze aanpak betreft de sectoren onder RDI-toezicht. Via rdi.nl. ↩
  6. Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikel 5, eerste lid, onder c, e en f: minimale gegevensverwerking, opslagbeperking en beveiliging van persoonsgegevens. Via EUR-Lex. ↩